Sleet

In 2010 verscheen de gedichtenbundel 'Sleet' (Van Kemenade, 2010). Uitgever Hein van Kemenade begeleidde deze uitgave. Mijn dochter Lumine maakte de foto's en gaf haar foto's een poëtische uitstraling. De bundel is verdeeld in vijf delen met twaalf gedichten (en steeds een inleidende tekst) en beschrijft de Oudejaarsavond van een ik-figuur, vanaf het Achtuurjournaal tot en met de jaarwisseling. 
Met het uitbrengen van de bundel Sleet ging ik weer opnieuw optreden en begaf ik me weer in de dichterskringen. Daardoor ging de creativiteit weer stromen. Hieronder drie gedichten uit de bundel Sleet. De foto's zijn van Lumine.
Vier studenten

Achter mij genieten studenten
in stralend witte pakken
van de schijn dat ze weten
wie de appel, waar de mosterd,
hoe de rente, of wat de gevolgen
van de grote depressie zijn.

Ze blijven plakken,
alle vier,
ze zakken onderuit,
vertrouwen zich toe
aan een groot glas bier
en gieten zich vol wijsheid,
gedebiteerd in alcohol.

De Boeddha op de schouw
weet zijn uitpuilende buik
gevrijwaard van recessies
en hij schatert om de aard
van hun algemene beschouwingen.

Hoofdschotel

Daar springt Salomé, de dochter
van een Russische miljonair
in het midden van een kring
van wolven, huilende wolven.

Wat een élégance,
wat een air d’importance:
“Kijk naar mijn heupen die wiegen!
Kijk naar mijn borsten die golven!”
Wat een dans!

Salomé wijst.
Salomé eist.
Salomé stampt met haar voet.

Alles pleit voor dat altaar van wellust,
voor haar prachtig aarsgewei.
Deuren gaan open
en op een schaal krijgt zij
het hoofd van een jongeling geserveerd.
Zijn blonde krullen uitgerold
in vette jus, geroosterd graan,
rapen en druiven.


Rozenkrans met doornen

Dansend komt Maria,
achttien jaar, bijna kaal
en helemaal té gek
(een lapje voor haar linkeroog)
en op de rug van haar jack:
“Ich scheisse auf ihre Moral”.

Ik groet je, Maria,
spijkerhard en radicaal

Ik groet je, Maria,
scherpe lippen, vol van haat.

Ik groet je, Maria,
gevaarlijk,
begeerlijk,
een poppetje van prikkeldraad.