Ongelooflijk

Tijdens de Covidperiode vielen veel literaire activiteiten stil. Ik trad niet meer op en er volgden ook geen publicaties. Juist in deze periode begon ik met het schrijven van gedichten bij de psalmen. Aanvankelijk schreef ik één gedicht per week. Dat gedicht werd wekelijks gepubliceerd in een rondzendbrief voor de parochianen.

In oktober 2024 verscheen de bundel ‘Ongelooflijk’, met de ondertitel ‘voor ongelovigen, twijfelaars en zelfs voor gelovigen’. Het uiteindelijke resultaat waren, naar Bijbels voorbeeld, vijf boeken met gedichten bij de 150 psalmen: een lijvig werk, mijn Magnum Opus. Opnieuw heeft Uitgeverij Van Kemenade de publicatie van het boek verzorgd.

Op de binnenflap zijn de aanbevelingen opgenomen van pater Joost Jansen o. praem., Mgr. Gerard de Korte en componist Daan Manneke. De bundel kreeg meerdere recensies en werd goed ontvangen. In de kerk van Rijen werd het eerste exemplaar uitgereikt door wethouder Marielle Doremalen.

Als ik steeds weer… 

Bij U, Heer, is redding,
uw zegen rust op uw volk. (Psalm 3,9 )



Als de nieuwe morgen te veel,
de straat te luid,
het zonlicht te fel,
als mijn ogen…

Als ik niet uit mijn bed,
niet aardig, lief, vrolijk,
als ik niet
en steeds weer niet…

Als ik met mijn verkeerde been
steeds weer prikkelbaar
vermoeid ‘ja, maar’
en uiteindelijk
nee...

Maar als ik nu ga liggen
slapen, morgen wakker,
mag er dan iets
van zegen...

Voor de ongelooflijk dwazen

Dwazen denken: er is geen God (Psalm 14,1)


God,
mijn vriend Hans leeft
alsof U hem hebt aangeraakt.
Hij raapt het vuil van anderen op
en gooit het in een vuilnisbak.

Hans vertelt mij
dat hij niet in U gelooft, God,
maar het kan niet anders,
of U gelooft in Hans
en ziet in hem uw eigen zoon.

Daarom bid ik
voor de ongelooflijk dwazen,
die op hem neerkijken,
die hem niet serieus nemen,
die hem willen veroordelen
om zijn liefdevol
ongeloof.


Omdat je mijn licht

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen? (Psalm 27,1)



Omdat je mijn licht, mijn behoud,
omdat je het slot op de deur,
omdat je mijn slotgracht,
omdat je mijn schuilplaats bent,
ben ik niet bang.

Omdat je mijn licht, mijn kampvuur,
omdat je mijn ster in de nacht,
omdat je mijn mannetje maan,
omdat je mijn kompas, mijn zaklamp bent,
ben ik niet bang.

Omdat je mijn licht en mijn humor,
omdat je mijn weerwoord en zachtheid,
omdat je mijn vrede, salaam, shalom,
omdat je mijn vergeving bent,
ben ik niet bang.

Omdat je de kaars bij mijn bed,
omdat je mijn gezwegen avondgebed,
omdat je alom en enig, mijn zegen bent,
ben ik niet bang.
Verdelg niet

Op de wijs van ‘Verdelg niet’
Psalm 58,1


God, als de slang mij aanvalt,
trek het gif uit zijn tanden.

Als de leeuw mij wil bijten,
verzwak zijn kaken.

Als het water mij woest
tot de lippen stijgt,
stil de storm.

Als een ander mij vals beschuldigt,
verstrik hem in zijn leugens,
laat hem stotteren, struikelen,
maar verdelg niet!

Tref mijn vijand
doeltreffend
met vergeving,
met respect en mildheid.
Geef ‘m het nakijken,
maar verdelg niet!