Rond 2017 schreef ik met de dichter Albert Hagenaars uit Bergen op Zoom een gedichtencyclus, waarbij we de verzen van psalm 22 als bron van inspiratie gebruikten. Of de gedichten ook religieus zijn, laat ik graag aan de interpretatie van de lezer over. De cyclus kwam niet in een boekje uit, maar Albert plaatste de gedichten destijds op zijn eigen website. Hierbij kan ik de reeks op mijn eigen website plaatsen.
Voor de website van Albert Hagenaars: www.alberthagenaars.nl.
‘De hinde in het morgenrood’ psalm 22,1
Wees goddelijk kwetsbaar, schimmel op het rottend hout, schuilplaats in het woud, in deze nacht van lijden, dood, die hellehond van immervrees.
Wees menselijk geraakt het eerste zonlicht opgeraapt, jij, mijn eeuwig beminde ree aan de bosrand, mijn hinde in het morgenrood.
Rob van Uden
Waarom hebt ge mij verlaten? psalm 22,2
En ik denk u te horen, nee, ik hóór u, niet luider maar indringender, en niet van verre maar van ten zeerste nabij.
Leren mijzelf te bevragen moet ik nu, inzien dat inzicht niet van een antwoord afhangt maar van de vrucht in de vraag.
Zo plooien wij ons naar uw peilloze wil, die bezit neemt van lichaam en geest wanneer wij eindelijk de wereld ervaren
zoals hij door velen wordt ondergaan: bar, strompelend in een onafzienbare stroom, zonder have en goed, zonder leidsman
want zich verlaten weten is levenslang doorgroeien naar wie u bedoelt dat wij voor onszelf en anderen dienen te zijn.
Albert Hagenaars
Al wie mij zien drijven met mij de spot psalm 22,8
Ook het spotten, het sarren in elke vorm, zowel door de armsten als door de kenners van de geboden, bleef mij niet bespaard.
Vriendelijkheid van een vreemde, een warmere blik, ze roepen immers vragen op uit overlevering, en vage angst.
Hoe ook kan men iemand benaderen, daadwerkelijk raken, in wat niet gevoeld wil worden, onder woorden gebracht?
Ik sprak daarom velen aan, met armen die aangaven blijdschap te kunnen bieden, of troost voor nooit te vergeten verlies.
Ze lachten schel; ik voorzag wat zou volgen: de fluimen en het zwiepen van takken. De duw in de rug. Het stof en de stenen.
Albert Hagenaars
Laat de Ene zorgen Psalm 22,9
Dat ik hoest en roestig hijgen eerbiedig, ‘t haperend happen naar de adem die u hebt ingeblazen;
't geboeid aanvaarden dat u mond op mond mij woorden van leven op de lippen legt;
’t lef van voeten in de beugels wanneer ik geen teugel in handen, of uitkomst voor ogen heb;
omdat u het tobben en twijfelen dat ik zo nodig meen te hebben, van mij afwentelt, overneemt.
Rob van Uden
Op u ben ik geworpen van de baarmoeder af Psalm 22, 11
Mijn moeder sloeg de vroedvrouw weg en kreunde als een jonge ram met zijwaarts getrokken kop.
Dan braken de vliezen. Haar beurse liezen persten de vrucht van hoop door lippen en klittend haar tot in het rode licht.
Ruw waren de hennep doeken, hard en koud de handen die ons los sneden en mij langdurig droog wreven
en aan haar lange speen legden. Ik beet me vast in dit zwellend vlees, zoog meer liefde dan zij kon geven en leerde
dat ik in Uw naam een andere dorst moest lessen; aller vrees bezweren, aller verlangen naar verlossing bezegelen.
Albert Hagenaars
Ik ben uitgegoten als water psalm 22,15
De schijn dat mijn werkelijk lichaam wordt gescheiden van de bron, doet mij snakken naar water, ik heb dorst;
het venijn van doorns en nagels drijft bloed, zweet en tranen uit mijn ziel en zaligheid, beneemt mij de adem;
het kloppend hart van mijn bestaan wordt geopend en uit de diepte roepen bloed en water tot u.
En, begint het water te stromen, bid ik u wie of wat en of dit water ooit gedronken zal.
Rob van Uden
Als een potscherf is verdroogd mijn kracht Psalm 22,16
De weelde van de woestijn ontdekte ik. De klaarheid van droogte en verte versnelde mijn tred, doordrong in grotten mijn dromen.
Ik sprak u aan met alle voorname vormen, ik richtte me op uw gezag als de gemerkte ram op de ooi en dacht te geloven dat u mij stilzwijgend leidde.
De maan, rood en angstwekkend dichtbij, en ontelbare sterren dreven met ongekende kracht de wereld voorbij wanneer ik waakte en keerde.
Vanaf toppen overzag ik het toegezegde land. Ik stond tussen gieren, bezwoer de hete wind en spreidde mijn armen als in een schreeuw.
Nu lig ik in de schaduw van uw barre rots, te vermoeid om voort te gaan, en zie tegelijkertijd mezelf gebogen over eigen botten staan.
Albert Hagenaars
Want omringd ben ik door honden psalm 22,17
Is dit angst? Of is dit gebrek aan ervaring die te vaak moed moet worden genoemd om niet alleen anderen te overtuigen?
Het zij zo, ik vrees de blinkende tanden en de bloedwijze ogen die meer schande waarnamen na dan tijdens de slag
en ja, zeker ook hun ophitsers die mijn lijf voor het Zijne doorsteken met blikken vol haat of erger nog, onverschilligheid en genoegen.
Maar sterker voel ik het besef niet te kunnen voldoen aan de verwachting van de getrouwen die hun lot met het mijne wagen te verbinden,
aan de hoop die ik ervoer toen ik jong was en zelfverachting nog had te ondervinden: in hun dure harde hand, in kwijl en loos zaad.
Albert Hagenaars
Onder elkaar verdelen zij mijn gewaden Psalm 22,19
Schamel en naakt zal wat mijn lichaam was voor hen liggen, zonder gevouwen handen op de schaamte, op de appel van de zonde.
In een rood licht dat noch van de zon noch van de maan afkomstig kan zijn zie ik hoe ze mijn gewaden besnuffelen en wegen,
hoe ze kiezen en verdelen zoals zij ook zelf ooit zullen worden versmaad, besmeurd met de vlekken van de wereld die zij tot de hunne maakten.
Hoor het grote scheuren dat dan vele malen luider klinkt dan het rinkelen van de geldstukken, het overspelig hijgen, het aanbidden van de afgod.
Mijn leven ging in hun schuldige handen teloor. Uw onpeilbare diepte boven de woestijn, de sterren, de koelte van de grot; alles wat mij dierbaar was.
Albert Hagenaars
Gij, Ene, blijf toch niet ver! Psalm 22, 20
Wordt mijn naam gewist uit deze volkstelling van de dood, schildert u schakeringen bloesem in de schemering.
Dus bid ik blijf deze nacht, blijf toch niet ver.
Als mijn waarde schroeit in de hitte van dit volksgericht, blaast u, midden op de dag, kleine veranderingen in duizend tinten groen.
Dus bid ik blijf deze nacht, blijf toch niet ver
en leidt het water uit mijn wonde, over de wortels van dit wankel bestaan.
Rob van Uden
Ontruk mijn ziel, het enige dat ik heb! Psalm 22,21
In mij een hert dat zich uitrekt, opstaat, het veilig bos achterlaat, smacht en dorst, de kop omhoog.
In mij een ziel, porcelein, het enige dat ik heb, voorzichtig evenwicht, binnen een decor van jong groen en eerste licht.
Ontruk dit helder ogenblik, dit inzicht, uit de bek van de hond, aan de stok van de vandaal.
Richt de stilte, het geluk in mij op het water, de bron, uw lichtmoment en monument voor de gevallenen.
Rob van Uden
Van u mijn loflied waar een schare is vergaderd Psalm 22,26
Hoort, ik verkondig mijn gelofte die verder reikt dan de rede van de aardse heerser. Ik schenk u de oudste bede op een nieuwe wijs.
Ik zing u mijn boodschap toe, u allen die van verre kwam voor het bestendigen van het verbond; de geboden en verboden.
Mijn stem bevat de citer die de zuiverste lendenen doet zwaaien en draaien, de trom die hun cadans in zin vertraagt en versnelt
maar bovenal de bezwerende woorden waarmee Hij door mij beelden voor u openbaart wanneer geloof wijkt, twijfel uw hart vertroebelt.
Vreest niet Degene die u tot aan het einde van uw dagen liefheeft, u in Zijn genade op zal nemen aan het enige portaal.
Albert Hagenaars
Dan knielen voor zijn aanschijn al wie moesten dalen in het stof Psalm 22,30
Dat het onderhoud vergt om zonder denken te weten wat grenzeloos leven is, uitspatten op het ritme van drums en drift;
om het moede lijf, geplunderd door graaiers die beslag leggen op dagelijks brood en goede trouw, uit bed te hijsen;
om oog in oog met ploert en protser en dalend in het stof, te wachten tot ruis, spot en fluister verdwijnen
en achter het schemerduister een nieuwe morgen om te knielen voor zijn aanschijn.
Rob van Uden
Zij zullen zijn gerechtigheid melden Psalm 22,32
Die vertellen dat ik ’t ben, de timmerman die de sleutel, het nachtslot maakt, boeien slaakt en deuren opent;
dat ik, gekruisigd, op de brandstapel, de keel doorgesneden...
dat een gevleugelde bij het graf meldt dat ik, getuige, gebroken als brood gebraden als gans,